Uitgestelde handpenrui bij volwassen Zilvermeeuwen Larus argentatus argenteus uit de IJmuiden Forteiland kolonie

Dit artikel beschrijft gevallen van uitgestelde handpenrui in volwassen Zilvermeeuwen Larus argentatus argenteus die zijn waargenomen in de meeuwenkolonie op het Forteiland van IJmuiden in de periode van 2014 tot en met 2017. Uitgestelde handpenrui is vastgesteld bij 21 individuen. Sommige individuen vertoonden uitgestelde handpenrui in een enkel seizoen, terwijl andere individuen het in meerdere en zelfs aaneengesloten seizoenen vertoonden.

Beschreven zijn de resultaten die tot nu toe gevonden zijn; meer onderzoek is gaande om proberen te achterhalen waarom uitgestelde handpenrui voorkomt bij deze individuen van deze soort en om meer te weten te komen wanneer uitgestelde handpenrui weer voortgezet wordt.

Door Maarten van Kleinwee, Fred Cottaar en José Verbeek-Cottaar. Alle foto’s zijn gemaakt door Maarten van Kleinwee.

Dit artikel is ook beschikbaar in het Engels.

De volledige versie van dit artikel is beschikbaar als PDF-bestand op ResearchGate.

Afbeelding 1. Uitgestelde handpenrui bij volwassen Zilvermeeuw Groen YBRD. Boven: actieve handpenrui op 15 mei 2017: P1 en P2 missend/groeiende, onder: uitgestelde handpenrui op 3 juli 2017: P1 en P2 zijn volgroeid, alle handpennen zijn aanwezig.

Over handpenrui

Handpenrui in grote meeuwen is het proces van het vervangen van de handpennen in beide vleugels. Bij Zilvermeeuwen vindt dit proces elk jaar plaats en gebeurt altijd in een bepaalde volgorde: het begint met de kleinste handpen en eindigt met de grootste. Bij grote meeuwen duurt dit proces 5 tot 6 maanden. Het ruiproces vindt gestagneerd plaats: slechts één of twee veren worden tegelijk vervangen om zo energie te sparen en er voor te zorgen dat de dynamische eigenschappen van de vleugel niet nadelig beïnvloed worden door het gat wat ontstaat vanwege de ontbrekende of nog niet volgroeide veren.

Bij het bestuderen van handpenrui wordt elke veer genummerd zodat er naar verwezen kan worden. De handpen aan de binnenkant van de vleugel wordt aangegeven als P1, waarbij de P voor Primary staat (Engels voor handpen). De veer naast P1 is P2, gevolgd door P3, tot en met de buitenste handpen P10.

Afbeelding 2: De tien handpennen bij een Zilvermeeuw. Elke veer is genummerd om er zo naar te kunnen verwijzen. De binnenste handpen is P1, de buitenste is P10.

In Zilvermeeuwen begint de handpenrui met de kleinste handpennen P1 en P2. De oude pen wordt verloren in mei (soms P1 en P2 tegelijkertijd). Zodra P1 volgroeid is en P2 bijna volgroeid, wordt P3 verloren. Zodra die bijna volgroeid is wordt P4 verloren, enzovoort. Dit proces van het vervangen van alle handpennen in een volwassen Zilvermeeuw duurt tot november of december.

Uitgestelde handpenrui

Bij uitgestelde handpenrui worden sommige handpennen vervangen en tot hun volledige lengte volgroeid terwijl geen verdere veren verloren worden. Dit resulteert in een volledige set handpennen waarin sommigen nieuw zijn en sommigen oud. Voor de vogels die in dit artikel beschreven worden wordt van uitgestelde handpenrui gesproken wanneer een volledige set handpennen vastgesteld is aan het einde van juni of het begin van juli, waarbij de binnenste handpennen P1/P2 (bijna) volgroeid zijn en P3 en alle andere handpennen ook nog steeds aanwezig zijn. Ook wordt de term ‘uitgestelde rui’ gehanteerd in tegenstelling tot ‘gestaakte rui’ omdat de rui later weer hervat wordt.

Locatie

Het onderzoek vond plaats in de meeuwenkolonie op het Forteiland van IJmuiden (52.464N, 4.576E). Hier broeden zo’n 100 paar Zilvermeeuwen (Larus argentatus argenteus) en zo’n 1000 paar Kleine Mantelmeeuwen (Larus fuscus graellsii, Dutch intergrade).

Sinds 2007 worden de meeuwen in deze kolonie bestudeerd door ze tijdens het broedseizoen te voorzien van een kleurring en een metalen ring zodat ze individueel herkend en gevolgd kunnen worden. De kleurring is donker groen met daarop een witte vier-letter code beginnend met ‘Y’. Zowel volwassen als jonge vogels worden geringd.

In de maanden april tot en met juli van elk jaar wordt de kolonie één, soms twee keer per week bezocht. Gedurende bezoeken tijdens de broedseizoenen van 2014 tot en met 2017 zijn gedetailleerde foto’s gemaakt van individuele meeuwen waarna de handpenrui van deze individuen over meerdere seizoenen met elkaar vergeleken is.

Resultaten

Uitgestelde handpenrui is vastgesteld voor totaal 21 individuen (zie Bijlage A). Voor 11 van deze individuen is eerder in het seizoen actieve handpenrui vastgesteld (P1/P2 vervangen in mei/juni) terwijl uitgestelde handpenrui is vastgesteld voor deze individuen in de periode eind juni/begin juli (P1/P2 (bijna) volgroeid terwijl alle andere handpennen nog aanwezig zijn). Voor één individu (YBAU) is voortgezette handpenrui vastgesteld.

Voor 4 vogels waarvoor geen rui-data verkregen kon worden in de periode voordat er uitgestelde handpenrui is vastgesteld, leken de binnenste handpennen nieuwer dan de overige handpennen (verschil in kleur en slijtage). Het is daarom aangenomen dat deze binnenste handpennen ook vervangen zijn eerder in het seizoen.

Voor 6 vogels is een volledige set handpennen vastgesteld aan het einde van juni of begin van juli maar het kon niet bevestigd worden of er eerder in het seizoen actieve handpenrui heeft plaatsgevonden

Uit de verzamelde data kan het volgende worden opgemaakt:

  • Het is vastgesteld dat uitgestelde handpenrui inderdaad voorkomt bij volwassen Zilvermeeuwen.
  • De uitgestelde handpenrui vond plaats in de laatste fase van het broedseizoen: aan het einde van juni of het begin van juli. (Uitzondering was YBVB waarbij uitgestelde handpenrui ook eind mei werd vastgesteld.)
  • uitgestelde handpenrui lijkt afhankelijk te zijn van het seizoen:
    • Voor die individuen waarvoor uitgestelde handpenrui kon worden vastgesteld rond juni/juli over meerdere seizoenen, vond uitgestelde handpenrui elk seizoen plaats voor één individu (YBRD, 3 seizoenen), en alleen voor enkele seizoenen in de andere individuen.
    • Voor twee individuen is uitgestelde handpenrui vastgesteld in aaneengesloten seizoenen (YBRD 3 seizoenen, YBVB 2 seizoenen). Voor zeven individuen is één seizoen met uitgestelde handpenrui vastgesteld waarbij in minstens één ander seizoen reguliere handpenrui is vastgesteld aan het einde van juni/begin juli.
  • Slechts één voorbeeld is waargenomen waarbij de uitgestelde handpenrui weer voortgezet is (YBAU op 4 juli, 3 dagen nadat uitgestelde handpenrui nog was vastgesteld).

Discussie

De resultaten stellen vast dat uitgestelde handpenrui regelmatig voorkomt bij volwassen Zilvermeeuwen.

Voor de groep meeuwen waarbij in het begin van het seizoen actieve rui is vastgesteld is het duidelijk dat de rui eerst daadwerkelijk begonnen is, dat de vervangen handpennen tot (bijna) de volledige lengte zijn gegroeid en dat het ruien van de resterende handpennen is uitgesteld tot later in het seizoen.

Voor de groep meeuwen waarbij geen rui score vastgesteld kon worden in het begin van het seizoen maar waarbij een duidelijk verschil zichtbaar was tussen de binnenste en overige handpennen, is het aangenomen dat deze handpennen ook vervangen zijn. De groep meeuwen waarvoor geen rui-status vastgesteld kon worden kunnen niet veilig in deze groep geplaatst worden. Referenties in de literatuur geven namelijk aan dat enkele Zilvermeeuwen pas begin juli met de handpenrui beginnen. Meer onderzoek is daarom nodig om uit te vinden of dit ook van toepassing is op deze laatste groep meeuwen.

Op basis van referenties in de literatuur die tot nu toe gevonden zijn blijkt dat er weinig bekend is over uitgestelde handpenrui voor deze meeuwensoort. Gevallen van individuen waarbij vroeg in het seizoen actieve handpenrui is vastgesteld en later in het seizoen uitgestelde handpenrui zijn niet tegen gekomen.

Bij een gerelateerde soort is uitgestelde handpenrui echter wel een bekend verschijnsel: de Kleine Mantelmeeuw (Larus fuscus). Het merendeel van Kleine Mantelmeeuwen start de handpenrui later in het seizoen dan Zilvermeeuwen: in juni/juli. Gewoonlijk worden dan alleen P1 en P2 vervangen om daarna de handpenrui te staken tot zij hun overwinteringsgebied in Zuid-Europa (Portugal/Spanje) of Noord-Afrika (Marokko) bereikt hebben. Vanwege de grote afstanden die daarvoor afgelegd moeten worden is het staken van de handpenrui in dit scenario voordelig omdat het efficiënter is om te vliegen met vleugels waarin geen ‘gat’ zit.

Wat betreft uitgestelde handpenrui bij Zilvermeeuwen kunnen de volgende vragen gesteld worden:

  1. Waarom is hierover zo weinig bekend?
  2. Waarom treedt het op?
  3. Hoe lang wordt de handpenrui uitgesteld?
  4. Is er een relatie met leeftijd en geslacht?
  5. Is de rui uitgesteld of vertraagd?

Waarom er over uitgestelde handpenrui bij Zilvermeeuwen zo weinig bekend is komt door verschillende aspecten:

  1. Het treedt op gedurende een periode wanneer er niet naar handpenrui gekeken wordt. Handpenrui wordt hoofdzakelijk genoteerd door onderzoekers en door vogelaars die geïnteresseerd zijn in meeuwen. Onderzoekers doen dit tijdens het vangen van broedende volwassen meeuwen in mei (dus voordat uitgestelde handpenrui optreedt), terwijl vogelaars hoofdzakelijk meeuwen observeren buiten het broedseizoen.
  2. Er is een groep bekende vogels voor nodig die gevolgd kan worden, bij voorkeur gedurende meerdere seizoenen. uitgestelde handpenrui treedt niet elk seizoen op bij elke meeuw, wat het moeilijk maakt om te ontdekken. Er is daarom een grote groep individuen nodig die in detail gedocumenteerd kunnen worden, bij voorkeur door foto’s te maken van gespreide vleugels gedurende meerdere seizoenen en gedurende meerdere maanden in die seizoenen zodat een goed beeld van de rui gekregen kan worden. Ook moeten zij geobserveerd kunnen worden in de periode eind juni/begin juli wanneer uitgestelde handpenrui optreedt. De meeuwenkolonie op het IJmuiden Forteiland bleek een perfecte locatie te zijn omdat hier talrijke gekleurringde Zilvermeeuwen aanwezig zijn die jaarlijks goed gefotografeerd kunnen worden.
  3. uitgestelde handpenrui lijkt snel weer voortgezet te worden. Er is tot nu toe slechts één voorbeeld geregistreerd van uitgestelde handpenrui die weer voortgezet wordt (YBAU, begin juli). Meer onderzoek naar het voortzetten van de rui is daarom noodzakelijk. Als uitgestelde handpenrui inderdaad snel voortgezet wordt (binnen twee weken) dan valt dit in de periode waarin er niet naar handpenrui gekeken wordt (zie punt 1 en 2).

De reden waarom volwassen Zilvermeeuwen hun handpenrui staken is vooralsnog onduidelijk. De historische context voor het staken van de handpenrui (het voorkomen van het hebben van een gat in de vleugel gedurende de wintermigratie) zou voor Zilvermeeuwen niet opgaan omdat zij geen werkelijke migranten zijn: de afstand naar de overwinteringsgebieden is ten hoogste enkele honderden kilometers en wordt in fases afgelegd in plaats van in één directe vlucht. Het aanwezig zijn van een rui-gat in de vleugel zou hierbij geen beperking zijn. Het uitstellen van het groeien van de veren kan gerelateerd zijn aan het sparen van energie gedurende het broedproces (het zorgen voor de kuikens). Omdat de beschikbaarheid van voedsel per seizoen en broedsucces per seizoen kan variëren zou dit een reden kunnen zijn waarom handpenrui in het ene seizoen wel uitgesteld wordt en in een ander seizoen niet. Verder onderzoek is daarom nodig, met name naar de groep meeuwen die — zoals de literatuur suggereert — de handpenrui pas in juli zouden starten.

Uit de observaties van Zilvermeeuw Groen YBAU (zie Bijlage B) kunnen we zien dat uitgestelde handpenrui begin juli weer voortgezet kan worden. Het is niet bekend wanneer voor dit individu de uitgestelde handpenrui begonnen is, maar de collectieve data wijst er op dat dit typisch eind juni plaats vind. Dit zou betekenen dat YBAU de handpenrui niet langer dan twee weken uitgesteld heeft. Meer gegevens hierover zijn uiteraard nodig en de hoop is dat dit de komende jaren verkregen kan worden.

Wat de leeftijden betreft van de onderzochte individuen was de jongste meeuw in het 6de kalenderjaar (YBPS, en waarschijnlijk ook YBRD), terwijl de oudste meeuw zich in het 26ste kalenderjaar bevond (YAUC).

Als we naar het geslacht van de onderzochte meeuwen kijken dan zien we dat uitgestelde handpenrui vaker is waargenomen bij mannetjes dan bij vrouwtjes. Van de 21 individuen waren er 13 man (62%) en 8 vrouw (38%). Voordat er echte conclusies over verschillen tussen de geslachten genomen kunnen worden zijn er meer gegevens nodig. Ook zal dit vergeleken moeten worden met de reden waarom uitgestelde handpenrui optreed voor deze individuen.

Tot slot zou de vraag gesteld kunnen worden of er in plaats van uitgestelde rui misschien niet gesproken moeten worden over vertraagde rui? Het zou kunnen dat de rui dermate vertraagd is dat de volgende handpen langer behouden blijft dan gebruikelijk wordt geacht, zelfs wanneer de voorgaande handpen (bijna) volgroeid is. Dit zeker een optie kunnen zijn voor die individuen waarbij de binnenste handpennen niet volledig uitlijnen en waarbij de achterkant van de vleugel niet één strakke lijn is (zie YASB afbeelding 5, YBAU afbeelding 8, YBRD afbeelding 29, YBVB afbeelding 32, YBVB afbeelding 34, YCBF afbeelding 35).

Het doel is daarom om dit onderzoek de komende jaren voort te zetten om zo een beter begrip te krijgen van dit verschijnsel.

Referenties

In de literatuur kunnen slechts weinig referenties gevonden worden over uitgestelde handpenrui bij volwassen Zilvermeeuwen. Daarbij komt dat geen enkele van deze referenties voorbeelden bevat van individuen waarbij vroeg in het seizoen actieve handpenrui is vastgesteld en uitgestelde handpenrui later in het seizoen. In de referenties wordt voornamelijk gesproken over individuen die een volledige set handpennen hebben aan het einde van juni of het begin van juli waarbij dan vertraagde rui als mogelijke oorzaak gegeven wordt.

Ahmed R. et all 2010. Timing of primary moult in large gull taxa at five locations in Europe. Caluta 1.

Camphuysen C.J. 2013. A Historical ecology of two closely related gull species (Laridae): multiple adaptations to a man‐made environment. Ph.D.‐ thesis, Univ. Groningen, Groningen.

Coulsoni et all 1983. Seasonal changes in the Herring Gull in Britain: weight, moult and mortality.

M.P. Harris 1971. Ecological Adaptations of Moult in Some British Gulls, Bird Study, 18:2

Powell N.G., 2010. Moult in North American Birds, Houghton Mifflin Harcourt Press.

Vandenbulcke P.,1989. Larus argentatus Spp. en Larus cachinnans (michahellis) aan de Belgische kust: herkomst en verloop van de handpenrui. Giervalk 79:3-29.

Verbeek, N.A.M. 1977. Timing of primary moult in adult Herring Gulls and Lesser Black-backed Gulls. Journal of ornithology 118, 87-92.

Dankwoord

Wij danken het PBN en Stichting Forteiland voor het mogen bezoeken van het Forteiland en voor het mogen uitvoeren van ons onderzoek naar de daar broedende meeuwen. Veel dank ook aan Kees Camphuysen (NIOZ) voor het leveren van de kleurringen voor de Kleine Mantelmeeuwen en Zilvermeeuwen en de life histories die door hem aan de aflezers worden verstuurd, en aan Mars Muusse voor zijn waardevolle feedback op de eerste draft.

Bijlage A – Rui status

De volgende tabel toont de rui status aan het einde van juni/begin van juli voor de seizoenen 2014 – 2017 voor die individuen waarbij gedurende deze periode uitgestelde handpenrui is waargenomen.

Locatie: IJmuiden Forteiland kolonie.

Definities:

  • Actief: actieve handpenrui is vastgesteld aan het einde van juni of het begin van juli. De binnenste handpennen zijn vervangen of groeiende en minstens één handpen ontbrak (rui gat).
  • Uitgesteld: een volledige set handpennen was vastgesteld aan het einde van juni of het begin van juli; de binnenste handpennen waren (bijna) volgroeid terwijl alle overige handpennen nog aanwezig waren (geen rui gat).
  • Geen data: rui data kon niet verkregen worden voor dit individu aan het einde van juni of het begin van juli.

Bijlage B – Gegevens over elk individu

Deze bijlage bevat een overzicht van één individuele Zilvermeeuw waarbij uitgestelde handpenrui is vastgesteld.

Opmerking: voor een overzicht van alle individuen, zie de volledige versie van dit artikel op ResearchGate.

Leeftijden zijn aangegeven in kalenderjaren (KJ).

Ruiscores zijn vastgesteld op basis van meer foto’s dan vertoond in dit artikel.

De handpenruiscore (primary moult score, PMS) is verkregen door het toewijzen van een waarde aan elke handpen:

0 = Veer is nog steeds aanwezig (niet vervangen)
1 = Veer ontbreekt of is net groeiende
2 = Veer is een kwart volgroeid
3 = Veer is half volgroeid
4 = Veer is driekwart volgroeid
5 = Veer is volgroeid

De waardes van alle veren worden vervolgens opgeteld om tot een totaalscore te komen.

Voorbeeld: wanneer P1 en P2 ontbreken of net groeiende zijn is de PMS 2 (P1 = 1, P2 = 1, P3 tot P10 = 0).

Dit wordt genoteerd als “2 (1100000000)”.

Groen YBRD

Man Zilvermeeuw Groen YBRD is gevangen op het nest op 2 Juni 2014, leeftijd ouder dan 4 kalenderjaren (alhoewel een centrale staartveer met daarop sub-adulte markeringen mogelijk doet wijzen op een 5de kalenderjaar, of op z’n minst een jonge adult).

Handpenruiscores zijn genoteerd in 2014 t/m 2017. Uitgestelde handpenrui is vastgesteld in drie aansluitende seizoenen: 2015, 2016 en 2017. In 2014 kon de handpenrui niet geverifieerd worden in juli. Actieve handpenrui is vastgesteld in de periode voorafgaand aan het moment dat uitgestelde handpenrui werd vastgesteld.

Afbeelding 26. IJmuiden Forteiland, 26 mei 2015. Groen YBRD met actieve handpenrui: P1 en P2 missen of zijn groeiende.

Afbeelding 27. IJmuiden Forteiland, 29 Juni 2015. Groen YBRD met uitgestelde handpenrui: P1 en P2 zijn volgroeid, P3 t/m P10 zijn nog aanwezig.

Afbeelding 28. IJmuiden Forteiland, 6 Juni 2016. Groen YBRD met actieve handpenrui: P1 en P2 zijn groeiende.

Afbeelding 29. IJmuiden Forteiland, 4 juli 2016. Groen YBRD met uitgestelde handpenrui: P1 is volgroeid P2 is bijna volgroied, P3 t/m P10 zijn nog aanwezig.

Afbeelding 30. IJmuiden Forteiland, 15 mei 2017. Groen YBRD met actieve handpenrui: P1 en P2 missen of zijn groeiende.

Afbeelding 31. IJmuiden Forteiland, 10 juli 2017. Groen YBRD met uitgestelde handpenrui: P1 en P2 zijn volgroeid, P3 t/m P10 zijn aanwezig. De precieze handpenruisscore kon niet vastgesteld worden, het is zelfs mogelijk dat P4 bijna volgroeid is.

De volledige versie van dit artikel is beschikbaar als PDF-bestand op ResearchGate.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.